PADMAYANA

Boeddhistische filosofie en meditatie

Het boeddhisme toegankelijk voor iedereen

Ontdek de boeddhanatuur in jezelf

De parel in de lotus

 

 

Dit is de boeddhistische verhandeling van Peter van Hooij, over het boeddhisme en de boeddhistische filosofie en meditatie. Hierin maakt hij het padmayana boeddhisme, een vroege vorm van het mahayana boeddhisme, praktisch en eenvoudig toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is in spiritualiteit. Meteen tot de kern, dus geen verhalen er rondomheen. Alles wordt kort en bondig uitgelegd, zonder overbodige informatie, en is gericht op de praktische toepassing ervan in het dagelijks leven. Tevens dient het als leidraad hoe je op een persoonlijke wijze invulling kunt geven aan je boeddhistische levenspad. Het omvat alles wat je nodig hebt om het padmayana boeddhisme te doorgronden en kan met de aanbevolen literatuur een aanleiding zijn tot verdere zelfstudie. Dit is een verhelderende verhandeling over het boeddhaschap. Ontdek de boeddhanatuur in jezelf. De parel in de lotus. 

 

Het padmayana boeddhisme is een spirituele ervaringsfilosofie, meditatiepraktijk en levenskunst. Het gaat over het diepere intuïtieve weten, vanuit het hogere geïnspireerde bewustzijn. Je ontdekt de diepere zin van het leven en je krijgt antwoord op spirituele levensvragen. Het padmayana boeddhisme schenkt complete spirituele verzadiging en hemelse gelukzaligheid, die het aardse lijden overstijgt. Deze prachtige inspiratiebron kent geen dogma, instituut of hiërarchie. Het is puur en alleen een persoonlijke en innerlijke aangelegenheid. 

 

De onderwerpen die aan bod komen: de inleiding, de geschiedenis, de verlichting (bodhi), de leermeester in jezelf (buddhatva), de levensfilosofie (dharma), de inzichtmeditatie (vipasyana), de cyclus van actie en reactie (karma), het ontstaansverhaal (sarga), het thuiskomen in jezelf (ayantam), de reïncarnatiecyclus (samsara), de spirituele bevrijding (moksha), de lotusbloemen (padma’s), de recitatiemeditatie (mantra), de bevestigingsmeditatie (sankalpa), de vriendelijkheidsmeditatie (maitri), de bewegingsmeditatie (yoga), de klankmeditatie (bansuri), het weven van mandala’s (tantuvapa), het advies van Boeddha en de aanbevolen literatuur. 

 

De boeddhist Peter van Hooij (1972) is van jongs af aan bezig met de boeddhistische filosofie en meditatie. Peter is opgeleid tot meditatiedocent in het mahayana boeddhisme door de Chinese leermeester Han Laoshi en de Tibetaanse leermeester Jampa Sherab. Hij was twintig jaar werkzaam als meditatiedocent. Door ziekte en handicaps verzorgt hij geen cursussen meer. Tegenwoordig is Peter vooral bezig met het inspireren van mensen. 

 

Foto: Peter van Hooij

 

Deze boeddhistische verhandeling is bedoeld als vervolg op de presentische verhandeling van Peter van Hooij (universele mindfulness en wijsbegeerte): https://petervanhooij.jouwweb.nl

 

De inleiding:

 

Het boeddhisme is een spirituele stroming met een brede waaier aan richtingen, die behoorlijk van elkaar verschillen in de leer en praktijk. Deze verhandeling gaat over de leer en praktijk van het padmayana boeddhisme, een vroege vorm van het mahayana boeddhisme. Mahayana (Sanskriet) betekent de grote weg. Padmayana (Sanskriet) betekent de weg van de lotus. Het padmayana boeddhisme is de weg naar binnen. Het kenmerkende doel van het padmayana boeddhisme is de verbinding met onze innerlijke boeddhanatuur (buddhatva). De boeddhanatuur is het ware zelf, het ware zijn, de ware aard, de ware natuur, de boeddha in onszelf. Het padmayana boeddhisme is een bruisende bron van inzicht en compassie. Het schenkt diepe innerlijke rust, vrede en gelukzaligheid. Een leven vol licht, liefde en inspiratie. Het is de weg van het hart, waarin iedereen gelijkwaardig is, want wij hebben allemaal de boeddhanatuur in ons. In het padmayana boeddhisme staan de boeddhistische filosofie (dharma) en meditatie (dhyana) centraal, om tot de boeddhanatuur te komen. Daarnaast wordt er aandacht geschonken aan het werken met de drie lotusbloemen (padma’s) in onszelf, voor het ontwikkelen van onze intuïtie en innerlijke wijsheid. De lotusbloemen zijn spirituele centra die corresponderen met de cyclus van de mens tussen hemel en aarde. 

 

De lotusbloem is het symbool van het pure zuivere bewustzijn (chaitanya). Zoals de schoonheid van de lotusbloem verrijst uit het modderige water, zo helpen de eenvoudige aanwijzingen en oefeningen van het padmayana boeddhisme om innerlijke vrede en harmonie te vinden te midden van het dagelijks leven. 

 

De boeddha in onszelf noemen wij in het presentisme de waarnemer. 

 

Deze boeddhistische verhandeling is bedoeld als vervolg op de presentische verhandeling van Peter van Hooij (universele mindfulness en wijsbegeerte). Het boeddhisme en presentisme sluiten naadloos op elkaar aan, waardoor het presentisme een goed fundament is om spiritueel op verder te bouwen. Door eerst de weg van het presentisme te gaan kan je het boeddhisme beter begrijpen. Tevens zet het presentisme jou eerst met beide benen stevig op de grond, waarna het boeddhisme jou spirituele verlichting schenkt. Zoals de levensboom, met de wortels stevig in de aarde en de takken reikend naar de hemel. De presentische verhandeling is te zien op: https://petervanhooij.jouwweb.nl

 

De geschiedenis:

 

De grondlegger van het boeddhisme was Siddartha Gautama, beter bekend als Gautama Boeddha. Hij leefde tussen de zesde en vijfde eeuw voor onze jaartelling en was de zoon van een vorst in het noorden van India (het huidige Nepal). Zijn vader was de gekozen leider van de Shakya clan. Daarom werd Siddharta later ook wel de Shakyamuni Boeddha genoemd. De naam Shakyamuni is een verwijzing naar de Shakya. Letterlijk betekent het de wijze van de Shakya. Siddharta raakte onder de indruk van het lijden dat hij zag als gevolg van ziekte, ouderdom en dood. Hij zocht een weg van verlossing uit dit lijden en kwam tot de conclusie dat deze verlossing niet te vinden was bij de brahmanen (vedische docenten), bij wie hij in de leer was geweest. Siddharta verliet het brahmanisme (een vroege vorm van hindoeïsme) en ging zijn eigen weg. Hij kende de weelde van een prins en de ascese van een brahmaan. Vanuit zijn ervaring in deze twee extremen vond hij zijn gulden middenweg en vond hij in meditatie verlossing. Sindsdien werd hij de Boeddha genoemd. Boeddha betekent de verlichte/ontwaakte. Boeddha is geen godheid of heilige. Boeddha was een mens die tot verlossing kwam. 

 

Tot de eerste eeuw na de dood van Gautama Boeddha bestond er alleen de mondelinge overdracht van wat Gautama Boeddha had onderwezen. De oudste vorm van het boeddhisme was de mahasanghika traditie (de grote broederschap), die een eeuw na de dood van Gautama Boeddha ontstond en de voorloper was van het mahayana boeddhisme (de grote weg). Het mahayana boeddhisme ontstond in de eerste eeuw voor onze jaartelling in India. Vanuit het klassieke mahayana boeddhisme ontstonden er in het oosten diverse aftakkingen en scholen, die elk hun eigen invulling hebben van de mahayana traditie en elk hun eigen interpretatie hebben van de mahayana geschriften. De bekendste aftakkingen zijn het Chinese Chan boeddhisme (het taoïstische boeddhisme) en het daaruit voortgekomen Japanse Zen boeddhisme. Peter van Hooij is van jongs af aan thuis in de Caodong school van Chan en de Soto school van Zen. Met name in de Chan traditie volgens zijn leermeester Han Laoshi (Han Wei Min). Zijn hart gaat vooral uit naar het padmayana boeddhisme, een vroege vorm van het mahayana boeddhisme, volgens zijn leermeester Jampa Sherab. Het padmayana boeddhisme ontstond in de eerste eeuw van onze jaartelling in India doordat de bhikshu sangha, de orde van boeddhistische monniken, het mahayana boeddhisme toegankelijk maakte voor het gewone volk. In de twaalfde eeuw werd het vanuit India naar Tibet, Nepal, Bhutan en Mongolië gebracht. 

 

Het padmayana boeddhisme is een eenvoudige vorm van boeddhisme. Het padmayana boeddhisme is naar binnen gericht, zonder religieuze instituten, dogmatische voorschriften, hiërarchische structuren, rituele ceremoniën, franje en opsmuk. Het padmayana boeddhisme is gebaseerd op de oorspronkelijke eenvoud en essentie van wat Gautama Boeddha onderwees. De praktische benadering zorgt ervoor dat het voor iedereen eenvoudig toepasbaar is in het dagelijks leven. 

 

Het padmayana boeddhisme leert ons dat de historische Boeddha (Gautama Buddha) in meditatie tot verlossing kwam, door de verbinding met zijn innerlijke boeddhanatuur (buddhatva) en de hereniging met de hemelse Boeddha (Adibuddha).

 

De historische Boeddha (Gautama Buddha) wordt in deze verhandeling met een hoofdletter geschreven, terwijl de boeddha in onszelf (buddhatva) met een kleine letter wordt geschreven. Ook de hemelse Boeddha (Adibuddha) wordt met een hoofdletter geschreven. 

 

De verlichting (bodhi):

 

Veel mensen denken dat verlichting een onbereikbare ervaring is, die is voorbehouden aan ingewijde monniken. Verlichting is als het proeven van een zoete vrucht. Je weet pas echt hoe de vrucht smaakt als je het zelf hebt geproefd. Hoewel het proeven van een zoete vrucht een heerlijke ervaring is, is het verre van onbereikbaar. Verlichting is gewoon te bereiken door iedereen. Daar hoeft je jezelf niet voor af te zonderen van de maatschappij en je hoeft er niks bijzonders voor te doen of te laten. Proef de zoete vrucht die je in deze verhandeling krijgt aangereikt en geniet. 

 

Gautama Boeddha zei: "Door dit boeddhaschap te gaan ontwikkelen zijn jullie allemaal in staat een verinnerlijkt en verlicht leven te gaan leiden en toch midden in het gewone dagelijkse leven te blijven staan. Niemand hoeft zich af te sluiten of zich mooier voor te doen om dit te bereiken." 

 

Met verlichting wordt bedoeld dat we in verbinding zijn met de hemelse lichtvonk (boeddhanatuur) in onszelf en niet meer vastzitten in de aardse duisternis. Dit wordt in deze verhandeling verder toegelicht in het padmayana ontstaansverhaal (sarga) en het spirituele thuiskomen in jezelf (ayantam). Doordat we er niet langer in vastzitten wordt verlichting ook wel verlossing of bevrijding genoemd. Het wordt ook wel ontwaken genoemd, omdat het een verkwikkende en verhelderende ervaring is, waardoor onze ogen worden geopend en we het juiste inzicht krijgen. 

 

Vaak wordt verlichting verkeerd gezien als het verlichten van het lijden (duhkha). Wat er werkelijk mee bedoeld wordt is de verbinding met het licht in jezelf (de boeddhanatuur). Dat verlicht of verzacht niet het lijden, maar overstijgt het. Het lijden is er nog wel, maar je vereenzelvigt je er niet mee, want je bent niet dit lichaam en je bent niet deze geest die aan het lijden zijn. Je ware zelf, de boeddha in jezelf, is niet aan het lijden. De oorzaak van het lijden is de vereenzelviging met het ego dat het aardse lijden ervaart. Het lijden dat inherent is aan het aardse bestaan. De boeddha in jezelf overstijgt al het aardse lijden. Door het volgen van het boeddhistisch pad krijg je verbinding met de boeddha in jezelf en ervaar je de hemelse gelukzaligheid (sukha), die niet verstoord kan worden door het aardse lijden. Dat is verlichting. 

 

De leermeester in jezelf (buddhatva):

 

In het padmayana boeddhisme wordt het conventionele beeld dat veel mensen hebben van het boeddhisme en de boeddhisten ontkracht. Je hoeft niet aan de verwachtingen van anderen te voldoen om een boeddhist te kunnen zijn. Het padmayana boeddhisme is puur en alleen een persoonlijke en innerlijke aangelegenheid, vrij van alle conventies. Gautama Boeddha zei: "Baseer je niet op beperkende dogma’s en autoriteiten. Wees je eigen autoriteit, zodat je niet afhankelijk bent van een autoriteit buiten jezelf."

 

In het padmayana boeddhisme wordt met volgen bedoeld dat we de weg volgen die Gautama Boeddha ons heeft gewezen en dat we de boeddha in onszelf volgen. Tevens volgen we het goede voorbeeld van de bodhisattva’s, de verlichte wezens, zoals omschreven in de lotus soetra (saddharma pundarika sutra) en de gids voor het leven in verlichting (bodhicaryavatara). Er wordt dus niet bedoeld dat we een docent moeten volgen. 

 

Een goede boeddhistische docent heeft geen volgelingen. Een goede docent brengt de student in contact met de leermeester (boeddha) die aanwezig is in de student en maakt zichzelf als docent overbodig. Er zijn in het boeddhisme twee manieren om de weg te bewandelen: met of zonder docent. Als je behoefte hebt aan de begeleiding van een docent, ga dan naar een docent. Als je behoefte hebt om het op eigen kracht te doen, ga dan je eigen weg. Deze verhandeling zal jou hierbij helpen. 

 

De levensfilosofie (dharma):

 

Het padmayana boeddhisme gaat er vanuit dat elk mens in essentie goed is, maar dat niet iedereen in contact staat met deze essentie. Liefdevolle goedheid is onze natuurlijke staat van zijn, onze boeddhanatuur, die hemelse gelukzaligheid schenkt. De verbinding met onze boeddhanatuur (buddhatva) ontstaat door egoloosheid (anatman). Met egoloosheid wordt niet bedoeld dat we geen ego (ik-bewustzijn) meer hebben, maar dat we ons niet langer vereenzelvigen met het ego. Zo staat het ego de boeddhanatuur niet in de weg. Het ego is het vergankelijke zelf en de bron van eigenbelang. De innerlijke boeddha is het onvergankelijke zelf en de bron van welgezindheid. De boeddha in onszelf is wie we werkelijk zijn. Ons ware zelf is egoloos en liefdevol. 

 

In het padmayana boeddhisme richten we ons niet alleen op het hemelse bewustzijn (Adibuddha) buiten onszelf, omdat dit bewustzijnslicht ook in onszelf zit (buddhatva), waardoor we kunnen komen tot de innerlijke hemel op aarde (nirvana). De mens die tot de boeddhanatuur is gekomen is een verlicht wezen (bodhisattva). Verlichting (bodhi) kan door elk mens ervaren worden in het huidige leven. Verlichting is de verbinding met onze boeddhanatuur (buddhatva) door egoloosheid (anatman). Egoloosheid ontstaat door innerlijke onthechting (sanyasa) en zorgt voor de innerlijke bevrijding (moksha) uit de cyclus (samsara) van het lijden (duhkha). Door onthechting (sanyasa) ontstaat de innerlijke ruimte (shunyata) waarin onze boeddhanatuur (buddhatva) in vervulling komt. Verlichting is niet te verkrijgen vanuit ons ego. Alleen in de ruimte (shunyata) die ontstaat door onthechting (sanyasa) kan men komen tot verlichting. Onthechting (sanyasa) staat in het padmayana boeddhisme voor het loslaten van zelfzucht, begeerten en verwachtingen. De enige begeerten die worden nagestreefd zijn de wijsbegeerte, de begeerte naar wijsheid, en het verlangen naar verlichting. Meditatie (dhyana) helpt om tot verlichting te komen. 

 

Dhyana betekent meditatie. Dhyana is de klassieke meditatie in het padmayana boeddhisme. De dhyana meditatie bestaat uit twee elementen: shamatha (rust) en vipasyana (inzicht). 

 

De vertaling en opvatting van de terminologie verschillen tussen de diverse richtingen, aftakkingen en scholen. Een goed voorbeeld hiervan is de term shunyata, die in elke traditie een andere vertaling en uitleg krijgt. De term shunyata is niet los te koppelen van de term anatman (egoloosheid). Shunyata betekent ruimte. Ruimte wijst op een plaats waar je kunt zijn, een plaats waar er ruimte is om te zijn, waarin je de volheid van het bestaan kunt ervaren. Om deze ruimte te verkrijgen en te kunnen benutten dienen we egoloos te zijn (anatman), wat wijst op het leeg zijn van het vergankelijke zelf (atman: je ik), zodat het onvergankelijke zelf (de boeddhanatuur) ten volle kan stralen. Een ruimte die gevuld wordt met het hemelse bewustzijnslicht. 

 

Het boeddhisme is alleen te begrijpen en te beleven vanuit de intuïtie. De uitspraken van Gautama Boeddha bevatten een aantal rijtjes met kernwoorden, waardoor de essentie van de boeddhistische leer makkelijk te onthouden is. Een term uit het ene rijtje kan verwijzen naar een ander rijtje. Samen vormen ze een eenvoudig en overzichtelijk geheel. 

 

De praktische boeddhistische filosofie is in de padmayana traditie overzichtelijk ingedeeld in de volgende principes: de vier edele waarheden (catvary arya satyani), het achtvoudige pad (ashtanga marga), de zes goede eigenschappen (paramita), de vijf deugden (pancashila), de drie karakteristieken van vormloosheid (arupa), de vijf gehechtheden van het vergankelijke zelf (skanda), de twaalf schakels van het vergankelijke zelf (nidana), de drie kenmerken van het aardse bestaan (trilakshana), de vijf vormen van het lijden (duhkha), de drie vergiften (trivisa), de twee perspectieven van de werkelijkheid (vikaravat), de twee vruchten van het pad (vipaka), de vier kenmerken van bevrijding (apramana), de drie juwelen (triratna) en de twee elementen van meditatie (dhyana). 

 

In alle richtingen, aftakkingen en scholen verschillen de duiding en interpretatie van de boeddhistische filosofie. Het padmayana boeddhisme distantieert zich van de dogmatische abhidharma leer, welke bestaat uit een omvangrijk theoretisch leerstelsel met complexe schema’s die ver afstaat van wat Gautama Boeddha onderwees. Het padmayana boeddhisme is gebaseerd op de oorspronkelijke eenvoud en essentie van wat Gautama Boeddha onderwees. In het padmayana boeddhisme staan de intuïtieve ervaring, de innerlijke vrijheid en de persoonlijke invulling voorop. Het padmayana boeddhisme geeft een eenvoudig overzicht, met praktische inzichten, waar je direct wat mee kunt. De hele filosofie is vervat in de vier edele waarheden. Wat daarop volgt zijn de inzichten die leiden tot het doel van de vier edele waarheden: de verbinding met onze innerlijke boeddhanatuur en het ervaren van de hemelse gelukzaligheid, die niet verstoord kan worden door het aardse lijden. Dat is verlichting. 

 

De vier edele waarheden (catvary arya satyani):

 

1. De vaststelling van het lijden (dhukha). Het lijden is inherent aan het aardse bestaan.

2. De oorzaak van het lijden (samudaya). De vereenzelviging met het ego dat het aardse lijden ervaart. 

3. De mogelijkheid van bevrijding (nirodha). De verbinding met de boeddhanatuur, die al het aardse lijden overstijgt. 

4. Het pad van bevrijding (marga). Door het boeddhistische pad te volgen ontdek je de hemelse gelukzaligheid, die niet verstoord kan worden door het aardse lijden. 

 

Het achtvoudige pad (ashtanga marga):

 

1. Juiste manier van zien (samyag dristi)

Kijk niet alleen met je ogen, maar ook met je hart. 

Compassievol kijken

 

2. Juiste intentie (samyag sankalpa)
Beleef de juiste instelling in alles wat je doet. 

Compassievolle motivatie

 

3. Juiste manier van praten/schrijven (samyag vac)

Met woorden anderen geen pijn doen.

Compassievolle communicatie


4. Juiste manier van doen (samyag karmanta)
Reageer op de juiste manier en wees je bewust wat het gevolg hiervan is. 

Compassievol handelen


5. Juiste manier van levensonderhoud  (samyag ajiva)
Niets doen wat direct of indirect schade berokkent aan anderen.

Compassievol leven

 

6. Juiste inspanning (samyag vyayama)

Je inspannen om een goed leven te leiden en niet alleen voor eigenbelang.

Compassievolle onzelfzuchtigheid


7. Juiste belangstelling (samyag smriti)
Wees je bewust dat alles met elkaar in verband staat.

Compassievolle samenhorigheid (onderlinge afhankelijkheid)


8. Juiste focus (samyag samadhi)
Mediteren en goede dingen doen, zodat je verlichting kunt vinden.

Compassievolle focus

 

De zes goede eigenschappen (paramita):

 

1. Geven (dana) - Goedhartig zijn

2. Deugd (shila) - Vreedzaam zijn (anderen niet opzettelijk kwetsen)

3. Bevatten (kshanti) - Begripvol zijn (je verplaatsen in de ander)

4. Inzet (virya) - Positief zijn (zuivere intentie)

5. Meditatie (dhyana) - Observerend zijn (opmerkzaamheid)

6. Wijsheid (prajna) - Bewust zijn (het juiste inzicht)

 

De vijf deugden (pancashila):

 

1. Niet onnodig doden (respect voor het leven)

2. Niet ontvreemden en verduisteren (nemen en achterhouden)

3. Niet bedriegen en benadelen (ontrouw en tekortdoen)

4. Geen kwaadsprekerij en gemeenheid (verkeerde bedoelingen)

5. Geen hardvochtigheid en onverschilligheid (gebrek aan empathie)

 

De drie karakteristieken van vormloosheid (arupa):

 

Al het aardse heeft de volgende drie karakteristieken:

1. Al het aardse is vergankelijk en onderhevig aan verandering.

2. Doordat alles op aarde veranderlijk is, kunnen onze wensen met betrekking tot dit alles nooit compleet vervuld worden. Het zal blijven veranderen.

3. Alle lichamelijke en mentale verschijnselen ontstaan en vergaan. Er bestaat geen onveranderlijk of onvergankelijk ego (persoonlijkheid). Ons ware zelf is egoloos (anatman). 

 

De vijf gehechtheden van het vergankelijke zelf (skandha):

 

1. Materie en fysieke vorm (rupa)

2. Gevoelens en indrukken (vedana)

3. Verhouden en onderscheiden (vijnana)

4. Wilsactiviteit en conditionering (samskara)

5. Perceptie en voorstelling (samjna)

 

De twaalf schakels van het vergankelijke zelf (nidana):

 

1. Vorming en wording (bhava)

2. Geboorte (jati)

3. Lichaam en geest (namarupa)

4. Zintuiglijkheid (sadayatana)

5. Gevoelens en indrukken (vedana)

6. Contact en associatie (sparsha)

7. Verhouden en onderscheiden (vijnana)

8. Wanbegrip en misvatting (avidya)

9. Wilsactiviteit en conditionering (samskara)

10. Verlangen en ambitie (trishna)

11. Binden en behouden (upadana)

12. Sterven en dood (jaramarana)

 

De drie kenmerken van het aardse bestaan (trilakshana):

 

1. Lijden (duhkha)

2. Vergankelijkheid (anitya)

3. Egoloosheid (anatman)

 

De vijf vormen van het lijden (duhkha):

 

1. Verdriet (soka)

2. Wanhoop (sambhavanti)

3. Ziekte (vyadhi)

4. Verval (jara)

5. Sterven (jaramarana)

 

Deze zijn onlosmakelijk verbonden met het aardse bestaan.

 

De drie vergiften (trivisa):

 

1. Begeerte (raga)

2. Afkeer (dvesha)

3. Illusie (moha)

 

De twee perspectieven van de werkelijkheid (vikaravat):

 

1. De conventionele werkelijkheid (maya) - Verwachtingen

2. De waarachtige werkelijkheid (sathya) - Vrij van alle conventies

 

De twee vruchten van het pad (vipaka):

 

1. Wijsheid (prajna)

2. Compassie (karuna)

 

De vier kenmerken van bevrijding (apramana):

 

1. Liefde (maitri)

2. Compassie (karuna)

3. Vreugde (mudita)

4. Gelijkmoedigheid (upeksha)

 

De drie juwelen (triratna):

 

1. Boeddha (de boeddhanatuur in jezelf)

2. Dharma (de filosofie van het boeddhisme)

Het boeddhistische levenspad

3. Sangha (de mensen met wie jij je leven deelt)

 

De twee elementen van meditatie (dhyana):

 

1. Shamatha (rust)

2. Vipasyana (inzicht)

 

De meditatie (dhyana):

 

Het lichaam ontspant, de ogen zijn gesloten en je volgt het rustige ritme van de ademhaling. In de dhyana meditatie is je aandacht niet geconcentreerd op één punt. Laat de geest op een natuurlijke manier tot rust komen (shamatha). De geest rust in het hier en nu, met een milde open aandacht. Het rust in het zijn, terwijl je ten volle bewust bent van je aanwezigheid in het moment. Verblijf in deze bewuste staat van zijn, in je oorspronkelijke helderheid, met je diepere inzicht, je diepere weten (vipasyana). Met het diepere inzicht wordt het bewustzijn van de boeddhanatuur bedoelt. Dit is te herkennen aan het diepe gevoel van liefde, vrede, compassie en gelukzaligheid. 

 

In het padmayana boeddhisme mediteren we traditioneel twee keer 20 minuten per dag. Eén keer is natuurlijk ook goed.

 

Meditatiehoudingen:

Lotushouding (padmasana)

Halve lotus (siddhasana)

Kleermakerszit (sukkasana)

Diamantzit – knielzit (vajrasana)

Heldhouding – knielzit (virasana)

Lighouding (savasana)

 

Dhyana mudra: Beide handen rusten op je schoot. De rug van de rechterhand rust op de palm van de linkerhand. De duimen raken elkaar.

Anjali (Namasté) mudra: De handpalmen raken elkaar, waarbij je vingertoppen ter hoogte van je kin zijn.

 

De cyclus van actie en reactie (karma):

 

Karma is een onderwerp waarover velen maar weinig weten, waardoor er allerlei misverstanden en verkeerde conclusies over bestaan. Het begrip karma is echter eenvoudig te begrijpen, zodra je het juiste inzicht hierin hebt. Karma gaat over het hier en nu. Karma betekent handeling en wijst op de cyclus van actie en reactie. Je hebt geen invloed op wat anderen doen of zeggen, maar je hebt wel invloed op hoe jij daarop reageert. Je hebt geen invloed op welke situaties zich aandienen, maar je hebt wel invloed op hoe je reageert op die situaties. Je hebt geen invloed op wat voor een lijden je te verduren krijgt, maar je hebt wel invloed op hoe je daarmee omgaat. Stop met het stressvolle reageren op mensen, situaties en tegenslagen en reageer in plaats daarvan bewust, positief, ontspannen en mild. Zo stap je uit de impulsieve cyclus van actie en reactie. Zo kan je beter omgaan met lijden en problemen, die inherent zijn aan het aardse bestaan. Een leven zonder lijden en problemen bestaat niet, maar het gaat erom hoe je daarmee omgaat. Karma is de wijze waarop je met mensen, situaties en tegenslagen omgaat. Karma is dus geen wet, maar een handeling. Vipaka betekent effect en is het positieve gevolg van het bewuste handelen of het negatieve gevolg van het impulsieve reageren. Dat is karma. 

 

Het padmayana ontstaansverhaal (sarga):

 

Sarga betekent oorsprong. Adibuddha (de hemelse Boeddha) zat op de lotus in de hemel en zag hoe de oerenergie zich verdichte tot materie. De hemelse lichtvonk die voortkwam uit Adibuddha was buddhatva (de boeddhanatuur), die verstrikt raakte in de materie. De weg van buddhatva is de terugkeer naar de hemel. 

 

Het spirituele thuiskomen in jezelf (ayantam):

 

Ayantam betekent thuiskomen. De hemelse Boeddha (Adibuddha) is onze lichtbron. De innerlijke boeddha (buddhatva) is de lichtvonk die is voortgekomen uit de lichtbron. Gautama Boeddha (de historische Boeddha) is onze verlichte wijsheidsleraar, die ons de weg wijst naar de verbinding met onze innerlijke boeddha en de hereniging van de innerlijke boeddha met de hemelse Boeddha. De hereniging met de hemelse Boeddha zorgt voor het thuiskomen in de hemel (nirvana). De verbinding met onze innerlijke boeddha is het thuiskomen in onszelf (de innerlijke hemel op aarde). 

 

De reïncarnatie en bevrijding (moksha):

 

Moksha betekent bevrijding en wijst op de bevrijding uit de cyclus (samsara) van het lijden (duhkha) en uit de cyclus (samsara) van dood en wedergeboorte (punarbhava). Het padmayana boeddhisme gaat uit van de cyclus van de mens tussen hemel en aarde. De mens komt uit de hemel en daalt op aarde, de mens keert terug van de aarde naar de hemel, de mens komt uit de hemel en daalt op aarde, de mens keert terug van de aarde naar de hemel, etcetera. Het doel is om onszelf te bevrijden uit de cyclus van dood en wedergeboorte door de hereniging met de hemelse Boeddha (Adibuddha), waardoor we blijvend in de hemel (nirvana) komen. De innerlijke boeddha (buddhatva) stijgt dan op naar de engelen (devana’s) en blijft in de hemelsferen. De hereniging met de hemelse Boeddha vindt uitsluitend plaats wanneer de verbinding met de innerlijke boeddha blijvend is en de innerlijke boeddha tot volle wasdom is gekomen. De verbinding met de innerlijke boeddha en de bevrijding uit de herhalende cyclus lukt alleen als je met je aandacht in het hier en nu bent. Wij richten ons op het heden en niet op vorige of volgende levens. Je bent nu hier om dit leven te leven. 

 

Het padmayana boeddhisme gaat dus uit van de cyclus van de mens tussen hemel en aarde. Toch reikt de visie van het padmayana boeddhisme veel verder dan de mens tussen hemel en aarde. In de lotus soetra heeft Gautama Boeddha het over al de werelden van het heelal en al het leven in de kosmos. Dus niet alleen uitgaande van dit kleine korreltje (de aarde) waarop wij leven. 

 

Gautama Boeddha zei: "Wie liefdevolle vriendelijkheid betracht leeft dag en nacht rustig en heeft geen kwade dromen. Hij ziet er gelukkig en vredig uit. Hij sterft zonder enige verwarring in zijn geest. Liefdevolle vriendelijkheid beschermt hem. Wees liefdevol, wees vriendelijk en volg de weg van goedheid. Ga toegewijd en verlangend naar het doel, altijd moedig door. Wanneer je het pad ziet, volg het, zodat je in aanraking zult komen met de doodloze weg, en hem je eigen zult maken." 

 

De spirituele centra (padma’s):

 

In het padmayana boeddhisme wordt er gewerkt met drie spirituele centra die padma’s (lotusbloemen) worden genoemd. Padma’s zijn ook bekend als chakra’s. De meeste mensen kennen het Indiase hindoeïstische systeem van zeven chakra’s. In het Tibetaans boeddhisme hanteert men vijf khorlo’s. In het Chinese Chan boeddhisme gebruikt men drie dantian’s. In het Japanse Zen boeddhisme is men gericht op één hara. In het padmayana boeddhisme werken we met drie padma’s. 

 

De padma's zitten in het midden van je lichaam, op de centrumlijn (sushumna) tussen het midden van je bekkenbodem en het hoogste punt van je schedel, ter hoogte van je onderbuik, borstkas en voorhoofd. Door in meditatie te werken met deze centra bevorder je de spirituele groei. Het eerste centrum (shaddala) is de zetel van de levensessentie (kundalini) van de mens en staat in verbinding met de aarde. Het middelste centrum (sundara) is de zetel van de levensenergie (prana) en staat in verbinding met de mens. Het derde centrum (jnana) is de zetel van de levensgeest (manasah) en staat in verbinding met de hemel. 

 

Door te mediteren komt je denkgeest tot rust, waardoor er ruimte ontstaat voor spirituele indrukken. Door de beoefening van meditatie krijg je het vermogen om de lotussen intuïtief bij jezelf aan te voelen, te weten op welke lotus de nadruk ligt en te zien of het licht sterk of zwak straalt. Als je sterk in je eerste lotus zit ben je goed gegrond, stevig in balans en ben je tevreden over je aardse leven. Als je zwak in je eerste lotus zit heb je behoefte aan meer harmonie, geborgenheid en zekerheid. Als je sterk in je tweede lotus zit ben je vervuld van liefde en waardering en geniet je van de schoonheid van het bestaan. Als je zwak in je tweede lotus zit heb je behoefte aan meer sereniteit, genegenheid en affectie. Als je sterk in je derde lotus zit heb jij je ware zelf verwezenlijkt, je spirituele vermogen ten volle ontwikkeld en een sterke intuïtie. Als je zwak in je derde lotus zit heb je behoefte aan meer spirituele vervulling, inzicht en inspiratie.

 

Het doel is om de drie lotussen te versterken door de padma meditatie, door je er ontspannen op te focussen, vanaf je eerste tot je derde lotus. Niet door je er éénpuntig op te concentreren, maar met een milde open aandacht. De zwakkere lotus geef je extra aandacht. Je kunt hierbij de kleur visualiseren en stilstaan bij de bijbehorende behoeften en eigenschappen. Als je vordert krijg je intuïtieve waarnemingen die aangeven wat de padma’s nog meer aan jou te vertellen hebben. De padma’s vertellen jou wat jij op dit moment nodig hebt om je basisbehoeften, geestesliefde en boeddhanatuur te vervullen. 

 

1ste padma (lotusbloem)

Shaddala padma (lotus van harmonie)

Buikcentrum (onderbuik)

Zilverblauw licht

Aarde

Levensessentie (kundalini)

Basisbehoeften

 

2de padma (lotusbloem)

Sundara padma (lotus van schoonheid)

Hartcentrum (borstkas)

Vermiljoenrood licht

Mens

Levensenergie (prana)

Geestesliefde

 

3de padma (lotusbloem)

Jnana padma (lotus van wetendheid)

Hoofdcentrum (voorhoofd)

Goudgeel licht

Hemel

Levensgeest (manasah)

Boeddhanatuur

 

De recitatiemeditatie (mantra):

 

Om Mani Padme Hum

Padme is de locatief van padma.

Betekent: Ik eer de parel in de lotus (de boeddha in jezelf eren).

Herhaal dit langzaam op een rustig ademritme tijdens de uitademing.

Dit kan in gedachte, fluisterend of zachtjes zingend, met een monotone klank. 

 

Dit is de mantra van de bodhisattva Avalokiteshvara (de trooster die de treurzang van de wereld hoort) uit de Karandavyuha soetra. Deze mantra is geliefd in het mahayana boeddhisme (de grote weg) in het algemeen en in het padmayana boeddhisme (de weg van de lotus) in het bijzonder. Het is eveneens een geliefde mantra in het Tibetaans boeddhisme (Om Mani Peme Hung). Avalokiteshvara is in het padmayana boeddhisme bekend als Padmapani (de behouder van de lotus) en is tevens bekend als de Chinese Kwan Yin (Guanyin), de Japanse Kanzeon (Kanjizai) en de Tibetaanse Chenrezig. In de lotus soetra staat dat Padmapani een verschijningsvorm is van Avalokiteshvara. Padmapani komt ook voor in de Ksitigarbha soetra. Padmapani is het voorbeeld van compassie, voor onszelf en om anderen te steunen. We kunnen ons laven aan de onuitputtelijke bron van compassie, door ons te richten op de boeddha in onszelf. De parel in de lotus. De boeddha in onszelf schenkt het diepe gevoel van compassie in ons hart. Avalokiteshvara is geen godheid of engel, maar een bodhisattva. Avalokiteshvara wordt meestal afgebeeld als een vrouwelijke bodhisattva. 

 

Een bodhisattva is een verlicht wezen, die in verbinding staat met de boeddha in zichzelf, maar zich nog niet heeft herenigd met Adibuddha. Het is een Boeddha in wording, die anderen bijstaat en inspireert. 

 

Als je als mens tot de boeddhanatuur bent gekomen, dan ben je een bodhisattva, vol empathie en sympathie. De manier om als bodhisattva anderen bij te staan en te inspireren is het voorleven van de boeddhistische filosofie. Dus leef volgens de boeddhistische principes, voor jezelf en om anderen te helpen en te inspireren. Dit zegt meer dan duizend woorden. Je zult merken dat dit als vanzelf een positieve invloed heeft op de mensen om je heen. Zij resoneren mee op jouw bewuste staat van zijn. Zo ben jij een inspiratiebron voor anderen, door gewoon je leven te leven. Een leven vol liefde, vrede en compassie. 

 

De bevestigingsmeditatie (sankalpa):

 

Sankalpa betekent intentie. Het is de beleving van de juiste instelling. De oefening die zal leiden tot de juiste instelling is een spirituele bevestiging die je herhaalt. Deze bevestiging bestaat uit een korte formulering, die doorwerkt in de diepere lagen van het bewustzijn. Voorbeelden van een sankalpa: "Ik ben de boeddha in mijzelf (buddhatva)" of "Ik ben intens gelukkig (sukha)" of "Ik ben vredig (shanti)." Je kunt ook een andere korte formulering gebruiken die jou aanspreekt of alleen een woord, zoals shanti. Shanti betekent vrede, in de zin van innerlijke vrede en vredig zijn. Door het woord shanti te herhalen, roep je een diep gevoel van vrede op in jezelf. Herhaal dit langzaam op een rustig ademritme tijdens de uitademing. De sankalpa kan je in gedachte herhalen, fluisteren of zachtjes uitspreken: shanti, shanti, shanti..... 

 

De vriendelijkheidsmeditatie (maitribhavana):

 

Maitri betekent liefde en staat voor liefdevolle vriendelijkheid. Bhavana betekent cultivering. Maitribhavana is het cultiveren van de liefdevolle vriendelijkheid. Het gaat hier in de eerste plaats om liefdevolle vriendelijkheid voor jezelf en van daaruit liefdevolle vriendelijkheid voor anderen. De maitri meditatie zorgt ervoor dat we onze eigen beste vriend of vriendin worden, zonder egocentrisme. Het helpt ons om mild voor onszelf en anderen te zijn en om patronen van afkeer, boosheid, irritatie en ongeduld te vervangen door liefde, vriendelijkheid, welwillendheid en geduld. Het enige wat je hoeft te doen is de liefde voelen in je hart voor jezelf en anderen. Dit gaat makkelijk bij personen om wie je geeft, maar is niet altijd even makkelijk als het gaat om mensen waar je minder mee hebt. Dit laatste is een spirituele training die steeds beter en makkelijker gaat naarmate je vordert. 

 

De bewegingsmeditatie (yoga):

 

Er bestaan diverse boeddhistische Yoga stijlen. Zoals Tao Yin (Daoyin) in het Chinese Chan boeddhisme, Do In in het Japanse Zen boeddhisme (voortgekomen uit Tao Yin) en Kum Nye in het Tibetaans boeddhisme en het padmayana boeddhisme. De Tibetaanse Yoga (Kum Nye) is gebaseerd op de Indiase Yoga. In het padmayana boeddhisme is Kum Nye bekend als Padma Yoga, zoals onderwezen door Jampa Sherab. 

 

De bekendste Kum Nye oefeningen zijn De Vijf Tibetanen, die in 1939 in het westen werden geïntroduceerd door de Amerikaanse ontdekkingsreiziger Peter Kelder. Deze eeuwenoude Tibetaanse oefeningen uit het Himalaya gebergte vormen in al hun eenvoud een compleet Kum Nye oefensysteem. Het is een toegankelijke vorm van Tibetaanse Yoga en een eenvoudig alternatief voor Padma Yoga. De ervaring van Peter van Hooij als docent en als beoefenaar is dat de kracht van Kum Nye niet zit in het kennen van vele moeilijke oefeningen, maar in het herhalen van een aantal eenvoudige oefeningen. Meer dan De Vijf Tibetanen heb je niet nodig. 

 

De Vijf Tibetanen zijn zo geliefd, omdat je er in een korte tijd goede resultaten mee behaald. Afhankelijk van het aantal herhalingen en het tempo waarop je de oefeningen doet, ben je er een paar minuten tot hooguit een kwartier per keer mee bezig. Je begint met een paar herhalingen en bouwt dit rustig op tot twintig herhalingen. Minder is ook goed. Hoe langzamer je de oefeningen doet, hoe zwaarder het wordt. Ook dit bouw je rustig op. Overdrijf dit niet. Voor de beste resultaten doe je de oefenserie elke dag. Probeer het in elk geval drie keer per week te doen. Al na een paar weken zal je het positieve effect die het heeft op lichaam en geest gaan merken. Het lijkt bijna te simpel om waar te zijn, maar je zult de kracht van De Vijf Tibetanen gaan ervaren. 

 

Peter van Hooij heeft De Vijf Tibetanen verbonden aan houdingen/bewegingen uit de Hatha Yoga (asana’s) en de leer van de vijf elementen (Tibetaans: Jungwa Nga - Sanskriet: Pancha Bhuta). De Vijf Tibetanen zijn vijf verbindingen van adem en beweging. Ze schenken vitaliteit en veerkracht. Ze zorgen ervoor dat de levensenergie (Tibetaans: rlung - Sanskriet: prana) vrij kan stromen door de energiebanen (Tibetaans: tsa - Sanskriet: nadi).

 

1ste Tibetaan

De baai (kallola)

Element ether (nam mkha - akasha)

 

2de Tibetaan

De boot (navasana)

Element lucht (rlung - vayu)

 

3de Tibetaan

De kameel (ustrasana)

Element vuur (mae - agni)

 

4de Tibetaan

De brug (setuasana)

Element water (chu - jala)

 

5de Tibetaan:

De hond (svanasana)

Element aarde (sa - prithvi)

  

Er zijn tegenwoordig genoeg instructiefilmpjes op YouTube te vinden voor De Vijf Tibetanen (The Five Tibetan Rites). Er bestaan diverse varianten, waarin de oefeningen anders worden uitgevoerd. Kies de variant die het beste bij jou past en die voor jou goed voelt. Oefen binnen je eigen grenzen en mogelijkheden. Je hoeft geen prestatie te leveren. Het gaat om de meditatie in de beweging. De mentale ontspanning tijdens de fysieke inspanning. Doe de oefeningen rustig en met aandacht.

 

Wij doen de eerste oefening (die niet voorkomt in de Hatha Yoga) volledig anders. Bij de eerste oefening draaien we niet volledig rond, maar blijven we stilstaan of stilzitten. Breng je armen gestrekt zijwaarts, met je handen op schouderhoogte en je handpalmen omlaag. Je armen blijven tijdens de beweging gestrekt en op één lijn. Als je naar links draait wijst je linkerarm achterwaarts en je rechterarm voorwaarts en als je naar rechts draait wijst je rechterarm achterwaarts en je linkerarm voorwaarts. Draai rustig en langzaam heen en weer. Bouw het aantal keren roteren rustig op. Naarmate je vordert kan je de oefening vaker achter elkaar doen. Je eindigt weer met je armen zijwaarts. Als dat beter voor je voelt, draai dan niet te ver. Maak dan een diagonale draai (van hoek tot hoek). Als je naar links draait wijst je linkerarm schuin achterwaarts en je rechterarm schuin voorwaarts en als je naar rechts draait wijst je rechterarm schuin achterwaarts en je linkerarm schuin voorwaarts. 

 

De klankmeditatie (bansuri):

 

Het op een meditatieve wijze bespelen van een bansuri of siyotanka fluit, als rustgevende klankmeditatie, kan een prachtige verrijking zijn van je meditatieve leven. Je hoeft geen noten te kunnen lezen om dit te doen. Er zijn tegenwoordig genoeg instructiefilmpjes op YouTube te vinden voor het bespelen van de bansuri (Indian Flute) of siyotanka (Native American Flute). Speel op een intuïtieve wijze vanuit je hart. Het bespelen doe je voor jezelf als meditatie, waarop je padma’s meeresoneren. Laat je meevoeren op de prachtige klanken die ontstaan. 

 

De mandalameditatie (mandala tantuvapa):

 

Het weven van mandala’s is een boeddhistische kunst voor creatieve meditatie. Hoewel er na enige oefening prachtige kleurrijke patronen ontstaan is het creatieve proces belangrijker dan het resultaat. Er zijn tegenwoordig genoeg instructiefilmpjes op YouTube te vinden voor het weven van mandala's (Mandala Weaving Art). Het is een heerlijke rustgevende bezigheid waar je veel plezier aan zult beleven en je kunt met de mandala’s ook anderen blij maken door ze als cadeau te schenken. Een mandala is een prachtige wanddecoratie. 

 

Gautama Boeddha als raadgever (Buddhadharma):

 

Buddhadharma betekent de leer van Boeddha. Je kunt jezelf afvragen: "Wat zou Gautama Boeddha doen als hij in mijn schoenen stond?" Het zal je leven veranderen. Je zult anders tegen het leven aankijken en anders in het leven staan. Tevens zul je merken dat je zonder innerlijke strijd omgaat met tegenslagen, zoals ziek zijn, verlies en rouw, etcetera. Dus stel jezelf elke keer dezelfde eenvoudige vraag: "Wat zou Gautama Boeddha doen als hij in mijn schoenen stond?" Het antwoord op deze vraag is te vinden in de boeddhistische filosofie, zoals omschreven in deze verhandeling. 

 

De aanbevolen literatuur:

 

De lotus soetra (saddharma pundarika sutra); de witte lotus van de ware leer. Notitie: padma is een gekleurde lotus, terwijl pundarika de naam is van een witte lotus. Er bestaan vele boeddhistische geschriften. In elke richting, aftakking en school legt men de nadruk op andere geschriften. De lotus soetra is geliefd bij de mahayana boeddhisten in het algemeen en bij de padmayana boeddhisten in het bijzonder. De lotus soetra is het belangrijkste geschrift van het padmayana boeddhisme. Het is een diepzinnig geschrift dat balanceert tussen poëzie en proza, vol bloemrijke boeddhistische mystieke symboliek voor contemplatie. Door te contempleren over de prachtige symbolische beschrijving kom je tijdens het herlezen steeds diepere lagen tegen en ga je de inhoud steeds beter begrijpen. De lotus soetra behoort, samen met de soetra’s van de volmaakte wijsheid (prajnaparamita), tot de oudste oorspronkelijke mahayana geschriften. De lotus soetra werd in de eerste eeuw van onze jaartelling in India geschreven in het Sanskriet. De oudste Sanskriet versie van de lotus soetra die recentelijk is teruggevonden komt uit de vijfde eeuw van onze jaartelling en is een belangrijk historisch document. De bekendste versie van de lotus soetra is de Chinese vertaling van de boeddhistische monnik Kumarajiva uit Kucha, die eveneens uit de vijfde eeuw komt en in diverse talen is vertaald. 

 

Een mahayana geschrift dat in de achtste eeuw van onze jaartelling in India werd geschreven in het Sanskriet en een belangrijke plaats kreeg in het padmayana boeddhisme, is de gids voor het leven in verlichting (bodhicaryavatara). Hierin wordt de praktische wijsheid voor de bodhisattva verder verdiept. Dit geschrift is geliefd bij de mahayana boeddhisten in het algemeen en bij de padmayana boeddhisten in het bijzonder. Het is eveneens een belangrijk geschrift voor het Tibetaans boeddhisme. De bodhicaryavatara is vanuit het Sanskriet en vanuit het Tibetaans in diverse talen vertaald. 

 

Tot slot:

 

Deze korte praktische verhandeling omvat alles wat je nodig hebt om het padmayana boeddhisme te doorgronden en als padmayana boeddhist door het leven te gaan. Het is bewust kort gehouden en niet gedetailleerd uitgewerkt, zodat er de vrijheid blijft voor een persoonlijke invulling. De invulling bepaal je dus zelf, zodat de weg van Boeddha jouw persoonlijke weg wordt. Deze persoonlijke invulling is heel belangrijk. Zo zal bijvoorbeeld punt één van de vijf deugden (niet onnodig doden) voor de één betekenen dat hij veganistisch eet, de ander vegetarisch en weer een ander flexitarisch (semi-vegetarisch). Waar het om gaat is het bewustzijn, in dit geval het bewust omgaan met voeding. Belangrijk is dat men elkaar hierin respecteert en niet veroordeelt. Het is namelijk niet zo dat een vegetariër spiritueel verder is dan een flexitariër. Geef elkaar hierin de ruimte en volg je eigen weg. Verdere zelfstudie is mogelijk met de aanbevolen literatuur. 

 

Voor de presentische verhandeling van Peter van Hooij (universele mindfulness en wijsbegeerte) kan je kijken op:  https://petervanhooij.jouwweb.nl

 

Peter van Hooij heeft ook spirituele gedichten geschreven: https://gedichtenvanpetervanhooij.jouwweb.nl

 

Beeldende kunst van Peter van Hooij: https://kunstvanpetervanhooij.jouwweb.nl

 

Namasté,

 

Peter van Hooij

 

Arnhem, 18 oktober 2020

 

Alle auteursrechten zijn voorbehouden aan de auteur Peter van Hooij (auteurswet 1912). Het schrijfwerk van Peter van Hooij is auteursrechtelijk beschermd en op datum gedocumenteerd. 

 

Deze verhandeling is ook te zien op: https://boeddhameditatie.blogspot.com